Het diëtistisch consult
4 Voedingsanamnese > Studietaken > Fase Uitvoering

Fase Uitvoering

Het afnemen van een voedingsanamnese lijkt, als je het nog nooit hebt gedaan, erg gemakkelijk: gewoon vragen wat mensen allemaal eten op een dag. Het lijkt eenvoudig, maar het kan lastig zijn om de juiste vragen te stellen om een betrouwbaar beeld te krijgen van het voedingspatroon van een cliënt. Het is de bedoeling dat je vóór het simulatiecontact weet hoe je zo betrouwbaar mogelijk de gebruikelijke voeding van een persoon over een bepaald tijdsbestek kunt achterhalen, zodat je een deskundig interviewer bent.

 

In de onderstaande vragen komen, in de vorm van stellingen, aspecten aan de orde die van belang zijn om nauwkeurig gegevens te verzamelen. Geef bij iedere stelling aan of je het wel of niet met de stelling eens bent en motiveer je antwoord.

Vraag 6

6a. Aspecten van betrouwbaarheid

 

Om betrouwbare voedingsgegevens te verzamelen moeten open vragen worden gesteld.

Mee eens
Niet mee eens

Omdat:

6b.

 

Bij alle voedingsanamnese-methodieken is doorvragen naar hoeveelheid en soort noodzakelijk.

Mee eens
Niet mee eens

Omdat:

6c.

 

Het registreren van de voedingsgegevens kan het beste na het voedingsanamnese-gesprek gebeuren, omdat het schrijven tijdens het gesprek erg storend is voor de cliënt.

Mee eens
Niet mee eens

Omdat:

6d.

 

Het is wenselijk om tijdens een mondelinge voedingsanamnese na ieder moment samen te vatten.

Mee eens
Niet mee eens

Omdat:

6e.

 

Om deskundig een voedingsanamnese te kunnen afnemen moet je beschikken over zowel productkennis als receptuurkennis.

Mee eens
Niet mee eens

Omdat:

6f.

 

Om goed porties te kunnen inschatten gebruik je concrete voorbeelden of voorlichtingsmateriaal.

Mee eens
Niet mee eens

Omdat:

6g.

 

Om gerechten goed te kunnen vertalen naar grammen gebruik je bij voorkeur in alle situaties standaardporties.

Mee eens
Niet mee eens

Omdat:

Vraag 7

Bij de dietary history-methodiek en de 24-uur-recall-methodiek start je meestal met een zo open mogelijk gestelde vraag. Als nadere informatie gewenst is, kan het noodzakelijk zijn om dóór te vragen en te concretiseren. Deze manier van vragen stellen wordt in de literatuur wel de trechtervraagmethodiek genoemd.

7a. Doorvragen

 

Wat is de trechtervraagmethodiek?

 


7b.

 

Pas de trechtervraagmethodiek toe wanneer je wilt weten of iemand ontbijt en waaruit dit bestaat.


Vraag 8

Tijdens het afnemen van een voedingsanamnese heb je de indruk, door het non-verbale gedrag van een cliënt, dat hij niet valide en volledig antwoordt op de vragen: Drinkt u wel eens alcohol? Hoeveel drinkt u dan?

8a. Non-verbaal gedrag

 

Welk non-verbaal gedrag kan de cliënt hebben laten zien?


8b.

 

Noem drie redenen waarom de cliënt niet valide en volledig antwoordt.


8c.

 

Geef drie reactiemogelijkheden op deze situatie zodat je alsnog een goed inzicht krijgt in het alcoholconsumptiegedrag van de cliënt.


Vraag 9

Je neemt een voedingsanamnese af volgens de dietary history-methodiek.

9a. ‘Dietary history’-methodiek

 

Je wilt vaststellen of de voeding van een cliënt tekorten aan voedingsstoffen vertoont.

Stelling: Het is in deze situatie niet nodig alle voedingsmiddelen na te vragen op soort en hoeveelheid. Geef je mening over deze stelling.

Mee eens
Niet mee eens

Omdat:

9b.

 

Je wilt een indruk van de voeding krijgen om zo een individueel aangepast advies te kunnen geven over het verhogen van het gehalte aan voedingsvezel in de voeding.

Stelling: Wanneer de cliënt aangeeft suiker in de thee te gebruiken, vraag je niet door op de hoeveelheid. Geef je mening over deze stelling.

Mee eens
Niet mee eens

Omdat:

Vraag 10

Een voedselfrequentie-anamneselijst kan schriftelijk door de cliënt worden ingevuld nadat je een korte instructie hebt gegeven. Bij deze anamnesemethodiek is het belangrijk om aan de cliënt goed uit te leggen dat de frequentielijst van toepassing is op een representatieve periode (om een goed beeld te krijgen van het gevolgde voedingspatroon).

10a. Voedselfrequentie-anamnesemethodiek

 

Een cliënt is de afgelopen twee weken ziek geweest. Hoe kun je de cliënt helpen de juiste periode te kiezen?

 


10b.

 

Geef in je eigen woorden weer welke andere punten aan de orde moeten komen bij de instructie, zodat de cliënt goed begrijpt hoe alles moet worden ingevuld. 


Vraag 11

Een voedingsdagboek oftewel eetdagboekje kan schriftelijk of digitaal door de cliënt worden ingevuld nadat je een korte instructie hebt gegeven. Bij deze anamnesemethodiek is het belangrijk om aan de cliënt goed uit te leggen wat je van hem/haar verwacht (om een goed beeld te krijgen van het gevolgde voedingspatroon).

11a. Eetdagboekje

 

Bij de voedingsanamnese met behulp van het eetdagboekje kunnen de hoeveelheden in het dagboek worden aangegeven in huishoudelijke maten, bijvoorbeeld per snee of per beker, enzovoort. Of de hoeveelheden worden aangegeven in grammen, zodat de degene die het dagboekje invult, moet wegen.

 

Dagboekje I:

voedingsmiddel | hoeveelheid

volkorenbrood  …… gram

halfvolle melk   …… dl

 

Dagboekje II:

voedingsmiddel | hoeveelheid

volkorenbrood  …… sneden

halfvolle melk   …… beker

 

Het wegen van voedingsmiddelen heeft veel praktische bezwaren. Geef een aantal suggesties om de registratie van huishoudelijke maten nauwkeuriger te maken.


11b.

 

Een cliënt komt op het spreekuur met een ingevuld eetdagboekje. Je leest bij 'het ontbijt':

  • 2 sneden brood met kaas
  • 1 beker thee


Wat zou er mis kunnen zijn gegaan bij de instructie voor het invullen?


11c.

 

Welke vragen zou je stellen om de bij vraag 11b genoemde voeding met behulp van een voedingsberekenings-programma te kunnen analyseren?


11d.

 

Het aantal dagen dat de cliënt zijn voeding registreert met behulp van een eetdagboekje, kan variëren. Leg uit waarom het gedurende twee weken bijhouden van een eetdagboekje niet leidt tot grotere nauwkeurigheid in vergelijking tot het bijhouden gedurende enkele dagen.


11e.

 

Een cliënt voert al jarenlang strijd voor een lager gewicht. Het wil maar niet lukken. De diëtist besluit een eetdagboekje in te laten vullen om de cliënt inzicht in het eigen eetgedrag te geven. Uit welke kolommen moet het eetdagboekje volgens jou bestaan buiten de kolommen tijdstip, voedingsmiddel en hoeveelheid? Motiveer je antwoord.


Vraag 12

Tegenwoordig laten steeds meer diëtisten hun cliënten een eetdagboek digitaal bijhouden door middel van een voedingsanamnese-app. Er zijn diverse mogelijkheden.

12.

 

Installeer een voedingsanamnese-app en houd hiermee voor een dag je eigen voeding bij. Schrijf je ervaringen op. Zou je dit in de praktijk gebruiken als diëtist? Noem voor- en nadelen. 


Vraag 13

13.

 

Je wilt een dietary history afnemen om de energie- en eiwitinname te schatten van een cliënt in het ziekenhuis. Als je bij de cliënt komt blijkt dat de cliënt erg vermoeid is. Je kan daarom maar een kort gesprek voeren. Bedenk hoe je zonder de cliënt te veel te belasten aan je informatie kan komen.  


Tip: deze website werkt wel op systemen met een smal scherm zoals een smartphone, maar je kunt hem beter gebruiken op een computer of tablet.

Hint: this website does work on a smartphone screen, but we recommend that you use a computer or tablet.