Het diëtistisch consult
5 Antropometrie > Studietaken > Kennisverwerving

Kennisverwerving

Om de antropometrische meting in een context te plaatsen zijn de volgende fictieve cliënten als uitgangspunt gebruikt bij de vragen:

 

Annemarie, 21 jaar, is medestudent van je, met wie je samen de lessen antropometrie voorbereidt en uitvoert. Haar lengte is 1.70 m en ze weegt 72 kg.

Bas is haar broer van 15 jaar oud. Hij is een fanatieke voetballer. Zijn lengte is 1.70 m en zijn gewicht is 58 kg.

Vader Rob, zijn lengte is 1.80 cm, hij weegt 80 kg en is 50 jaar.

Moeder Gerda, 48 jaar, 1.66 m en 75 kg.

Oma van Annemarie en Bas: zij is 78 jaar oud en woont in een verzorgingshuis. Ze is na een CVA gedeeltelijk verlamd aan haar benen. Ze zit in een rolstoel. Het afgelopen jaar is ze 3 kg afgevallen, omdat ze slecht eet.

 

Vraag 1: Lichaamslengte

1a. Lichaamslengte

 

Waarom kan het zinvol zijn om de lengte van een cliënt te bepalen?


1b. Lichaamslengte bepalen

 

Beschrijf op welke manier je de lengte zou bepalen van Annemarie: 21 jaar. Ze is een mede-student met wie je samen de lessen antropometrie voorbereidt en uitvoert. Motiveer je antwoord.


1c. Betrouwbare meting lichaamslengte

 

Waar moet je op letten bij een staande lengtemeting om tot een zo betrouwbaar mogelijk resultaat te komen?


 

1d.

 

Op welke manier(en) zou je bij oma de lengte kunnen bepalen? Motiveer het antwoord.


Vraag 2: Lichaamsgewicht

2a. Lichaamsgewicht

 

Het lichaamsgewicht is een belangrijk gegeven voor de diëtist. Waarom is dit zo? Noem minstens vier redenen.


2b. Voor welke metingen heb je het lichaamsgewicht van de cliënt nodig (meerdere antwoorden mogelijk)?

Indirecte calorimetrie
Subscapulaire huidplooi
Bio-elektrische impedantiemeting
Handknijpkrachtmeting
Middelomtrekmeting

2c.

 

Welke methode zou geschikt zijn voor het wegen van Annemarie, en welke voor haar oma? Motiveer het antwoord.


2d.

 

Waardoor kunnen gewichtsschommelingen optreden?


2e.

 

Waar moet je op letten bij het wegen om tot een zo betrouwbaar mogelijk resultaat te komen?


2f. Body Mass Index (BMI)

 

Wat is het doel van het bepalen van de BMI?


2g.

 

Kan de BMI van Bas (15 jaar, 1.70 m en 58 kg) op dezelfde wijze worden berekend en beoordeeld als bij Annemarie (21 jaar, 1.70 m en 72 kg)? Motiveer het antwoord.


Vraag 3: Middelomtrek en heupomtrek

3a. Middelomtrek en heupomtrek

 

Leg in eigen woorden uit waarom het zinvol is de middelomtrek en heupomtrek te bepalen bij cliënten.


3b. Middelomtrek meten

 

Waar moet je op letten om een zo nauwkeurig mogelijke bepaling van de middelomtrek te verkrijgen?


Vraag 4: Huidplooidikte

4a. Huidplooien (tricipitaal, bicipitaal, iliac-crest, subscapulair)

 

Wat is het doel van het meten van de vier bovengenoemde huidplooien?


4b. Huidplooimetingen

 

Op welke aspecten moet je goed letten om tot betrouwbare huidplooimetingen te komen?


4c.

 

Waarom wordt een gemiddelde uit 2-3 metingen berekend van een huidplooi?


4d.

Op welke plaats op het lichaam bevinden zich de 4 huidplooien? Sleep de huidplooi naar de juiste plaats.

Subscapulaire huidplooi

Triceps huidplooi

Biceps huidplooi

Iliac crest huidplooi

Voorkant bovenarm
Achterkant bovenarm
Schouderblad
Heup

4e.

 

Is het bepalen van de vier huidplooidiktes geschikt om uit te voeren bij zowel Annemarie, vader Rob als oma en Bas? Motiveer het antwoord.


Vraag 5: Bovenarmomtrek

5a.

 

Wat is het doel van het meten van de bovenarmomtrek?


5b.

 

Voor welke persoon/personen in ons voorbeeldgezin kan de bovenarmomtrek een geschikte meting zijn?

 


5c.

De bovenarmspieromtrek is te berekenen als je de bovenarmomtrek en één huidplooi hebt gemeten. Welke huidplooimeting is nodig voor de bovenarmspieromtrek?

Bicepshuidplooi
Tricepshuidplooi
Subscapulaire huidplooi
Iliac crest huidplooi

Vraag 6: Bio-elektrische impedantiemeting

6a.

 

Leg uit wat je kunt meten met de bio-elektrische impedantie analyse (BIA).


6b.

 

Noem factoren die de resultaten van de meting kunnen beïnvloeden.


6c.

 

Is de meting voor alle personen in ons voorbeeldgezin geschikt? Motiveer het antwoord.


Vraag 7: Indirecte calorimetrie

7a.

 

Wat wordt er gemeten met indirecte calorimetrie?


7b.

 

Vader Rob is een verstokte roker. Kan zijn rustmetabolisme gemeten worden via de indirecte calorimetrie?


Vraag 8: Handknijpkrachtmeting

8a.

 

Wat kan gemeten worden met een handknijpkracht-dynamometer?


8b.

 

In welke situatie in de praktijk kan een handknijpkracht-dynamometer worden gebruikt?


8c.

Bij welke persoon of personen uit ons voorbeeldgezin zou je de meting van de handknijpkracht willen uitvoeren?


8d.

 

De handknijpkrachtmeting wordt drie maal aan dezelfde hand afgenomen. Welke waarde noteer je in het dossier?

De laagste waarde
De hoogste waarde
Het gemiddelde van de drie waarden

Vraag 9: Kiezen van een geschikte meting

9.

Bas is een fanatiek voetballer. Hij wil zijn training nog serieuzer nemen en ook zijn voedingspatroon optimaliseren. Op die manier hoopt hij dat zijn vetmassa verder zal dalen en zijn spiermassa zal toenemen. Welke meetmethode zal de beste indruk geven van een verandering in vetmassa?

Meten van het gewicht
Meten van de middelomtrek
Huidplooimeting
Handknijpkrachtmeting
Tip: deze website werkt wel op systemen met een smal scherm zoals een smartphone, maar je kunt hem beter gebruiken op een computer of tablet.

Hint: this website does work on a smartphone screen, but we recommend that you use a computer or tablet.