Het diëtistisch consult
7 Dieetbehandeling > Studietaken > Eerste consult: behandelplan opstellen; de voorbereiding

Eerste consult

Behandelplan opstellen; de voorbereiding

Voor deze vraag gebruik je de casus van de heer Voskuil. Deze casus is ook in hoofdstuk 2, 3, en 6 besproken.

 

Casus de heer Voskuil

De heer Voskuil, 52 jaar, heeft op een vrijwillige keuring op zijn werk zijn cholesterol laten testen. Deze waarde bleek verhoogd. Meneer Voskuil komt bij de diëtist om te vragen of hij met voeding zijn cholesterol kan verlagen, hij wil namelijk niet aan de pillen.

 

Diëtistische diagnose:

De heer Voskuil 52 jaar, gehuwd, met hypercholesterolemie (totaal cholesterol 6.5 mmol/l, cholesterol ratio 3.8, LDL 4 mmol/l). Mogelijke oorzaken hiervoor: hoge inname van verzadigd vet (15 En%), veroorzaakt door met name het eten van 2 ons vlees per dag, vette jus en ruime hoeveelheid volvette kaas en worst.

Meneer heeft een licht overgewicht (BMI 25,8 kg/m2, middelomtrek 100 cm) door iets te hoge energie-inname en weinig beweging. Meneer houdt niet van sporten en heeft een zittend beroep.

 

Meneer wil voorlopig niet gaan sporten (fase gedragsverandering contemplatie) en voor de gedragsverandering in de voeding bevindt meneer zich in de fase voorbereiding, omdat hij gemotiveerd is om zijn voedingspatroon aan te passen. Hij heeft voldoende inzicht in de relatie ziekte-voeding-beweging maar onvoldoende voedingskennis. Hij heeft ondersteuning van zijn vrouw, die de maaltijden bereidt en hiervoor graag advies wil.
 

Vraag 1: Voorbereiding op het consult

1a. Voorbereidingsfase

 

Welke strategieën kunnen de heer Voskuil helpen tijdens de voorbereidingsfase om tot ‘actie’ over te gaan?


1b. Informatie begrijpen en onthouden

 

Silverman besteedt in hoofdstuk 6 van zijn boek aandacht aan het vergroten van therapietrouw: ‘Houden patiënten zich aan adviezen?’ Gerards noemt dit in zijn artikel ‘de informatieve taak van de diëtist’. De cliënt krijgt veel informatie tijdens de fase ‘behandelplan opstellen’.

 

Geef aan hoe je bij meneer Voskuil rekening houdt met de hoeveelheid en juiste informatie die je geeft. Hoe help je hem concreet de informatie te begrijpen en te onthouden? Vink de juiste antwoorden aan.

Gebruik zoveel mogelijk vaktaal, zodat meneer Voskuil de juiste informatie krijgt.
Peil hoeveel en welke informatie meneer Voskuil nodig heeft.
Doseer je uitleg, dat wil zeggen vertel kort en bondig.
Geef uitleg die aansluit bij het beeld dat meneer Voskuil zelf heeft van zijn situatie.
Bespreek alle punten die voor het behalen van het hoofddoel van de behandeling belangrijk zijn tot in detail.
Houd steeds de gewenste goede relatie met meneer Voskuil en bied steun.
Herhaal de informatie die je hebt gegeven alleen als meneer Voskuil daar zelf om vraagt.

Vraag 2: Hulpaanbod

Bij overleg over het hulpaanbod stelt de diëtist zich coachend op. Betrek hierbij zowel de prioriteiten van de cliënt als van de dieetbehandeling.

2a.

De diëtist kan tijdens het gesprek betrokkenheid en terughoudendheid tonen, en het belang van geduld en van zelfsturing benadrukken. Ook kan ze zelfs 'streng' bevonden worden door een coachende houding.

 

Sleep de uitspraak van de diëtist naar het juiste begrip.

Het komt er nu op aan om te werken aan de gemaakte afspraken in uw thuissituatie. In de voorbereiding maken we plannen en afspraken. In de uitvoering bent u aan zet.

Ik stel voor om te kijken welke doelen u het belangrijkst vindt. U moet er tenslotte aan werken.

Volgende keer kijken we terug op de afgelopen periode hoe het gegaan is. We bespreken de dingen die goed gaan, maar ook minder goede resultaten bespreken we en wat we daar aan kunnen doen.

Meneer Voskuil, deze afspraken maakt u niet in 2 weken waar, daar hebt u meer tijd voor nodig. Neem die tijd ook.

Ik ben erg benieuwd of het u lukt om meer fruit te eten en wat uw ervaringen daarmee zijn.

Betrokkenheid
Terughoudendheid
Geduld
Zelfsturing
Streng (coachend)

2b. Gelijkwaardige relatie

 

Welke van de onderstaande antwoorden laat zien dat de diëtist 'niet met zich laat sollen'?

Dit is een van de kenmerken van een gelijkwaardige relatie.

Dat is absoluut geen goed idee, dat snapt u toch zelf ook wel?
Als u dat graag op die manier wilt oppakken is dat goed, maar daar sta ik totaal niet achter.
Als diëtist raad ik u af om op die manier af te vallen. Ik zal u uitleggen waarom.

Vraag 3: Voorbeelduitwerking hoofd- en subdoelen

Lees de uitgewerkte voorbeeldcasus.

Voorbeeldcasus de heer Erikson 

Diëtistische diagnose:

De heer Erikson (35 jaar, gehuwd en 2 kinderen) heeft PDS met obstipatie waardoor hij na de warme maaltijd een opgeblazen gevoel ervaart en last heeft van pijnlijke, harde ontlasting.

Zijn voedingsinname is volwaardig wat betreft de macronutriënten. Hij gebruikt echter te weinig vocht (500 ml) en zijn voeding bevat te weinig voedingsvezel (7 gram per 1000 kcal). Meneer beweegt voldoende in zijn werk (agrariër) en in zijn vrije tijd (4 keer per week voetbal). Meneer wil graag van zijn klachten af. Hij heeft angst dat hij darmkanker heeft en is nog niet gerustgesteld, ondanks dat hij al een coloscopie heeft gehad waarvan de (gunstige) uitslag al is besproken met meneer.

 

Stel het hoofddoel van de behandeling vast en registreer dit met behulp van het schema ICF.

 

Stel de subdoelen vast en registreer. Doorloop de vakken functies/anatomische eigenschappen, activiteiten, participatie, externe en persoonlijke factoren uit het ICF-schema en formuleer waar nodig een subdoel.

 

Voorbeelduitwerking: het SMART formuleren van hoofddoel en subdoelen van de behandeling volgens het ICF-diëtetiekschema.

 

 

ICF-diëtetiekschema

 

Ziekte/aandoeningen: verwijsdiagnose PDS met obstipatie

 

Hoofddoel: Normaliseren van het ontlastingspatroon en het verminderen van gastro-intestinale klachten.

Dit hoofddoel betreft het functioneren (functies van spijsvertering) en zie je dan ook onder functies terug.

 

Functie/anatomische eigenschappen:

 

a. Functie van spijsvertering

Hoofddoel: Normaliseren van het ontlastingspatroon en verminderen van gastro-intestinale klachten.

 

Subdoel: Meneer heeft een normaal ontlastingspatroon van 5-7 keer per week een soepele ontlasting, zonder pijnklachten binnen zes weken.

 

b. Mentale functies: Zorgen om darmkanker door te weinig inzicht relatie voeding en klachten.

 

Subdoel: Meneer heeft inzicht in de relatie vocht- en voedingsvezelinname en zijn obstipatie bij volgend consult over 2 weken.

 

Activiteiten: Inname voedingsstoffen.

Agrariër (voldoende dagelijkse beweging) en vier keer per week voetbal.

 

Subdoel: Handhaven van het huidige beweegpatroon.

 

Subdoel: Verhogen van de hoeveelheid vocht naar 1500 ml per dag binnen twee weken.

Uitvoeringsafspraak: Drink bij elk eetmoment 2 glazen vocht binnen twee weken.

 

Subdoel: Verhogen van de hoeveelheid vezel naar 14 gram per 1000 kcal binnen twee weken.

Uitvoeringsafspraak: Vervang het witbrood door volkorenbrood binnen twee weken.
Uitvoeringsafspraak: Voeg aan de avondmaaltijd een portie fruit toe binnen twee weken.

 

Participatie: Agrariër

 

Subdoel: geen subdoel nodig

 

Externe factoren: Maakt lange dagen op de boerderij.

 

Subdoel: geen subdoel nodig

 

Persoonlijke factoren: kennis

 

Subdoel met betrekking tot zorgen darmkanker, zie ook mentale functies.

Subdoel: Afremmen zorgen over darmkanker door relatie voeding en klachten tijdens eerste consult duidelijk te maken (vergroten van kennis).

 

Vraag 4: Formuleren hoofddoelen en subdoelen

Formuleer de hoofd- en subdoelen van de behandeling bij de volgende casus.

 

Casus de heer Andriessen

 

Dietistische diagnose:

De heer Andriessen, 57 jaar, ongehuwd, BMI 22,9 kg/m2 met stabiel gewicht, heeft chronische nierinsufficiëntie met een hyperuremie van 32,7 mmol/l, waardoor hij last heeft van misselijkheid, vermoeidheid en jeuk.

Onder andere door zijn werk als vrachtwagenchauffeur eet hij regelmatig in wegrestaurants en is zijn vleesconsumptie en daarmee zijn eiwitinname 33 gram hoger dan zijn behoefte van 57 gram per dag (0,8g/kg). Door zittend beroep met lange werkdagen beweegt hij weinig.

4a. Hoofddoel

 

Stel het hoofddoel van de behandeling vast en registreer met behulp van het schema ICF.


4b. Subdoelen

 

Stel de subdoelen vast en registreer. Doorloop de vakken functies/anatomische eigenschappen, activiteiten, participatie, externe en persoonlijke factoren uit het ICF-schema en formuleer waar nodig een subdoel.


Vraag 5: Formuleer hoofddoelen en subdoelen

Formuleer de hoofd- en de subdoelen van de behandeling bij de volgende casus.

 

Casus de heer De Draayer

 

Diëtistische diagnose:

74-jarige man opgenomen met slecht gereguleerde diabetes mellitus type 2 (HbA1c 73 mmol/mol), overgewicht (BMI 29,6 kg/m2) en hypertensie. Meneer gaat over van orale medicatie naar insuline.

 

Meneer heeft een te hoge energie- en vetinname door veel tussendoortjes en snacks (250 kcal boven zijn behoefte). Zijn calcium- en vitamine C-inname zijn te laag door te weinig melk- en fruitgebruik. Sinds pensionering heeft meneer te weinig beweging.

5a. Hoofddoel

 

Welk van de onderstaande antwoorden is het hoofddoel dat het beste past bij de dieetbehandeling van meneer De Draayer?

Verlagen van het gewicht met 10 kg binnen 6 maanden.
Normaliseren van de bloedglucosewaarden en het HbA1c binnen 3 maanden.
Binnen 6 weken minimaal 2 porties fruit per dag eten.

5b. Subdoelen

 

Stel de subdoelen vast en registreer. Doorloop de vakken functies/anatomische eigenschappen, activiteiten, participatie, externe en persoonlijke factoren uit het ICF-schema en formuleer waar nodig een subdoel.


Vraag 6: Formuleer hoofddoelen en subdoelen

Formuleer de hoofd- en de subdoelen van de behandeling bij de volgende casus, en vervolgens de uitvoeringsafspraken.

 

Casus mevrouw De Vries

 

Dietistische diagnose:

Mevrouw De Vries, 78 jaar, gehuwd heeft een keelcarcinoom, waardoor mevrouw slikklachten heeft bij vaste voedingsmiddelen. De orale inname is hierdoor verlaagd (1200 kcal en 60 gram eiwit), terwijl haar behoefte juist is verhoogd (1650 kcal en 90 gram eiwit). Dat heeft ertoe geleid dat mevrouw 10 kg gewicht is verloren in de afgelopen 3 maanden en ondervoed is.

 

Mevrouw voelt zich niet fit door de afwijkende labwaarden (hypoalbuminumie 28 mmol/l en verhoogde CRP van 60 mmol/l) en het gewichtsverlies. Daardoor beweegt zij ook weinig. Mevrouw heeft last van misselijkheid, waarvoor ze pantazol gebruikt. Haar man doet de boodschappen en kookt.

6a. Hoofddoel

 

Stel het hoofddoel van de behandeling vast en registreer met hulp van het schema ICF.


6b. Subdoelen

 

Stel de subdoelen vast en registreer. Doorloop de vakken functies/anatomische eigenschappen, activiteiten, participatie, externe en persoonlijke factoren uit het ICF-schema en formuleer waar nodig een subdoel.


6c. Behandeling: van subdoelen naar uitvoeringsafspraken

 

Wanneer de diëtist de subdoelen in samenspraak met de cliënt heeft geformuleerd, komen diëtist en cliënt overeen hoe de cliënt deze doelen kan bereiken. Welke afspraken dient de cliënt na te komen om de gestelde doelen te behalen? Het gaat hierbij om de praktische toepassing van het dieet.

 

De uitvoeringsafspraken van de behandeling zijn zoveel mogelijk SMART geformuleerd, dat wil zeggen dat het afspraken zijn die specifiek, meetbaar, aanvaardbaar en actiegericht, realiseerbaar of realistisch zijn en die de cliënt in een bepaalde tijd probeert te realiseren. Locke en Latham (1990) spreken in dit verband over goalsettingtheorie. Zie H7.1.1 voor hun 5 principes van duidelijkheid, uitdaging, betrokkenheid, feedback en moeilijkheid.

 

Beantwoord de vraag met behulp van casus mevrouw de Vries van vraag 6.

Om de subdoelen van vraag 6b te kunnen behalen kan de diëtist in samenspraak met mevrouw de Vries uitvoeringsafspraken formuleren.

 

Vink de uitvoeringsafspraken aan die passen bij de subdoelen van vraag 6b.

Gebruikt mevrouw twee volle melkproducten per dag binnen één week en wanneer dit lukt gaat mevrouw over op één keer daags een flesje Nutridrink Protein tot aan het volgende consult.
Gebruikt mevrouw energierijke alternatieven voor broodbeleg, smeersels en vlees zoals besproken (en volgens variatielijst) binnen een week.
Beweegt mevrouw binnen twee weken minimaal 60 minuten per dag, door dagelijks een wandeling te maken en vaker de trap te nemen.
Gebruikt mevrouw de Vries één á twee keer daags een flesje Nutridrink Protein of product van gelijke samenstelling verdeeld over de dag, binnen een week.
Kan mevrouw etiketten lezen op de hoeveelheid koolhydraten in een product en op basis hiervan kiezen minder koolhydraatrijk te eten.
Heeft mevrouw uitleg gekregen over eiwitrijke voeding en dieetpreparaten en kan dit toepassen binnen een week.
Heeft mevrouw een variatielijst voor eiwitrijke voedingsmiddelen gekregen en kan dit toepassen binnen twee weken.

Vraag 7: Formuleer hoofddoelen en subdoelen

Formuleer de hoofd- en de subdoelen van de behandeling bij de volgende casus, en vervolgens de uitvoeringsafspraken.

 

Casus de heer Voskuil

 

Diëtistische diagnose:

De heer Voskuil 52 jaar, gehuwd, met hypercholesterolemie (chol 6.5.mmol/l, cholratio 3.8, LDL 4 mmol/l). Mogelijke oorzaken hiervoor de hoge inname van verzadigd vet (15 en%), veroorzaakt door met name het eten van 2 ons vlees per dag, vette jus en ruime hoeveelheid volvette kaas en worst. De heer heeft een licht overgewicht (BMI 25,8 kg/m2, middelomtrek 100 cm) door iets te hoge energie-inname en weinig beweging. De heer houdt niet van sporten en heeft een zittend beroep.

 

De heer wil voorlopig niet gaan sporten (fase gedragsverandering contemplatie) en voor de gedragsverandering in de voeding bevindt de heer zich in de fase voorbereiding, omdat hij gemotiveerd is om zijn voedingspatroon aan te passen. Hij heeft voldoende inzicht in de relatie ziekte, voeding beweging maar onvoldoende voedingskennis. Hij heeft ondersteuning van zijn vrouw die de maaltijden bereidt en hiervoor graag advies wil.

 

Gebruik voor deze vraag tevens de informatie uit vraag 1 en 2, daar heb je al kennis gemaakt met de heer Voskuil.

7a. Hoofddoelen

 

Stel de hoofddoelen van de behandeling vast en registreer met hulp van het schema ICF.


7b. Subdoelen markeren

Hieronder staan diverse subdoelen vermeld voor de behandeling van de heer Voskuil.

Markeer de subdoelen voor het juiste onderdeel van het ICF-diëtetiekschema.

Blauw = Functies / Anatomische eigenschappen

Groen = Activiteiten 

Rood = Externe factoren 

  1. Het verbeteren van de motivatie om te gaan bewegen van 5 naar 7 binnen twee maanden.
  2. Verlagen inname verzadigd vet van 15 en% naar maximaal 10 en% binnen zes weken.
  3. Verhogen van de intake van omega-3-vetzuren en antioxidanten binnen vier weken.
  4. Verlagen van de energie-inname met 200-400 kcal per dag binnen vier weken.
  5. Vergroten van kennis en inzicht ten aanzien van verhouding macronutriënten met nadruk op vetten in de voeding binnen twee maanden.
  6. Verbeteren van vaardigheden vrouw ten aanzien van maaltijdbereiding binnen zes weken.
Rood
Groen
Blauw
Wis Selectie

7c. Uitvoeringsafspraken

 

Vink de uitvoeringsafspraken aan die met de heer Voskuil gemaakt kunnen worden om de subdoelen van zijn behandeling (vraag 7b) te behalen, die voldoen aan de 5 principes van Locke en Latham.

Binnen zes weken kan meneer zelf een warme maaltijd bereiden die voldoende groente en vezels bevat.
Binnen vier weken gebruikt meneer 20 gram magere (20+) kaas per dag in plaats van volvette kaas.
Binnen vier weken gebruikt meneer een vloeibaar bak-en braadproduct, dieethalvarine en diverse oliën.
Binnen zes weken verlaagt meneer zijn cholesterolgehalte naar de normaalwaarden.
Binnen zes weken vergroot meneer zijn kennis met betrekking tot vetten en macronutriënten door mondelinge uitleg te ontvangen en de brochure 'Dieet bij verhoogd cholesterolgehalte' te bestuderen.
Binnen vier weken beweegt meneer minimaal 60 minuten per dag op een matige intensiteit.
Tip: deze website werkt wel op systemen met een smal scherm zoals een smartphone, maar je kunt hem beter gebruiken op een computer of tablet.

Hint: this website does work on a smartphone screen, but we recommend that you use a computer or tablet.