Het diëtistisch consult

NLP

Overtuigingen bij de diëtist

Overtuiging bepaalt gedrag en gedrag is een keuze. Dit is een belangrijk uitgangspunt in Neuro Linguïstisch Programmeren (NLP). Een overtuiging is iets waar iemand vanuit gaat. Wat geloof je, waar ben je van overtuigd? Jouw (werk)overtuigingen bepalen hoe je werkt, wat je uitstraalt, of je bijvoorbeeld volgens protocollen werkt of niet. Of je een koolhydraatbeperkt dieet voorschrijft of juist de schijf van vijf /actieve voedingsdriehoek propageert.

 

1. 

Denk eens na over de vraag: Wat zijn belangrijke overtuigingen voor mij als diëtist als ik met een cliënt aan een doel werk?


Overtuigingen bij de cliënt

Bij het werken aan een doel kunnen overtuigingen bij de cliënt belemmerend werken. Als je hier als diëtist niet op bedacht bent, kan het zijn dat er belangrijke stappen in de behandeling worden overgeslagen.

2a.

Welke overtuigingen kunnen belemmerend zijn voor je cliënt om  doelen te behalen?


2b.

Overtuigingen als bij antwoord a hoor je de cliënt zelden hardop uitspreken. Welke vragen kun jij stellen om ze te achterhalen?


Het achterhalen van informatie

Neuro Linguïstisch Programmeren (NLP) onderscheidt logische niveaus. Verschillende niveaus waarop een probleem zich kan afspelen (zie onderstaand figuur). Omdat je een probleem meestal niet kunt oplossen op het niveau waarop het zich afspeelt kun je vragen stellen op een ander abstractieniveau. 

 

Bijvoorbeeld bij diabetes: teveel koolhydraten eten. Dit speelt zich af op gedragsniveau. De oplossing ligt bijvoorbeeld op capaciteitsniveau, kennis en vaardigheden ('Koolhydraten in fruit?', 'Wat is dan wel goed?') of op het niveau van overtuigingen ('Koolhydraten zijn gezond volgens het voedingscentrum dus ik leef gezond'). Zo kun je bepalen op welk niveau de verandering ingezet kan worden. Wie weet is het nodig om naast kennis en vaardigheden ook te werken aan de overtuiging 'Ik leef gezond'.

Om iets te weten te komen over de belevingswereld van de cliënt vraag je naar de dieptestructuur. Hierbij gaat om de bovenste drie niveaus van het model. Ga maar bij jezelf na: als jij overtuigt bent van het nut van het verminderen van het aantal koolhydraten in je voeding, omdat je zo het gebruik van medicijnen uit kunt stellen, je daardoor wat afvalt, je je daardoor gemakkelijker kunt bewegen en je daardoor meer gaat ondernemen met je gezin maakt dat je je een goede ouder voelt en dat is wat jou drijft.

 

3.

Formuleer bij iedere uitspraak van de cliënt een vraag naar een hoger abstractieniveau en achterhaal de dingen die belangrijk zijn voor deze persoon.

 

  • Ik leef ongezond.
  • Ik ben dik.
  • Ik hoor er niet bij.
  • Ik zit niet lekker in mijn vel.

Het achterhalen van informatie

De beleving achter de woorden, daar ben je mee bezig als je werkt met het metamodel. Ervaringsgericht werken, de diepgang in een gesprek brengen. Op deze manier kom je als diëtist meer te weten over de innerlijke beleving van je cliënt. Het metamodel geeft je de mogelijkheid te achterhalen wat je cliënt in gedachten hoort, ziet en voelt, wat hij/zij tegen zichzelf zegt en van welke overtuigingen zij uit gaat.

Stel dat een cliënt met diabetes zegt: 'Ik heb nooit werk gemaakt van mijn kennis over gezondheid.' Om dichter bij de ervaring van de cliënt te komen kun je metamodelvragen stellen (uitspraken specificeren). De vraag: 'Wat heb je dan nodig om werk te maken van je kennis over gezondheid?' levert wellicht een antwoord op. De cliënt zegt dan bijvoorbeeld: 'Daarom zit ik hier.' Probeer na te gaan wat de cliënt precies bedoelt.

4a.

Sleep een uitspraak van een cliënt naar het vakje met juiste metamodelovertreding.

'Gezonde gewoontes wil ik doorgeven.' 'Ze doet mij daar pijn mee.' 'Hij werkt op mijn zenuwen.'

'Ik zie overal eten.' 'Niets werkt.'

'Mensen willen slank zijn.'

'Ze zeggen..... ' 'Slanke mensen....'

'Ik ben gefrustreerd.' 'Dat is beter.' 'Ik ben blij.'

 

Weglaten van informatie
Afwezigheid van referentie
Vaag werkwoord
Vaag zelfstandig naamwoord
'Alles of niets'-uitspraak

4b.

Wat zou een mogelijke vraag of reactie zijn van de diëtist passende bij de uitspraken van de cliënt (van vraag 4a)?

Echt overal? Absoluut helemaal niets?

Welke …? Hoe bedoel je…?

Waar over..? Wat precies…? Waarmee…?

Hoe precies...?

Wie…?

'Ik ben gefrustreerd...', 'Dat is beter...', 'Ik ben blij...'
'Ze zeggen...', 'Slanke mensen...'
'Gezonde gewoontes wil ik doorgeven', 'Ze doet mij daar pijn mee', 'Hij werkt op mijn zenuwen.'
'Mensen willen slank zijn...'
'Ik zie overal eten', 'Niets werkt.'

4c.

Sleep een uitspraak van een cliënt naar het vakje met juiste metamodelovertreding.

'Ik moet gewoon eten', 'Het moet nu lukken om gezonder te leven...'

'Jouw dieetadvies heeft een positief effect'

'Ik kan mij niet aan het dieet houden' 

'Gedragsverandering is een kwestie van discipline', 'Ik heb een trage stofwisseling'

'Zij vindt mij te dik'

Moeten (uitdrukken van noodzaak)
Niet kunnen
Oorzaak-gevolg relatie
Gedachten lezen
Eeuwige waarheid

4d.

Wat zou een mogelijke vraag/reactie zijn van de diëtiste passende bij de uitspraken van de cliënt (van vraag 4c)?

Hoe precies…? Wat is het verband tussen..?

Wat zou er gebeuren als…?

Hoe weet je dat..?

Wie beweert dat?

Wat weerhoudt je om…?

'Ik moet gewoon eten', 'Het moet nu lukken om gezonder te leven'
'Ik kan mij niet aan het dieet houden'
'Jouw dieetadvies heeft een positief effect'
'Zij vindt mij te dik'
'Gedragsverandering is een kwestie van discipline', 'Ik heb een trage stofwisseling'

5.

Welke vraag kun je stellen om het innerlijk zoekproces naar oplossingen te starten?


Tip: deze website werkt wel op systemen met een smal scherm zoals een smartphone, maar je kunt hem beter gebruiken op een computer of tablet.

Hint: this website does work on a smartphone screen, but we recommend that you use a computer or tablet.